ECLI:NL:CRVB:2009:BI4349
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- R. Kooper
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens gezamenlijke huishouding zonder schending inlichtingenverplichting
Betrokkenen ontvingen bijstand als alleenstaanden. Uit onderzoek bleek dat zij vanaf 9 oktober 2003 een gezamenlijke huishouding voerden, wat niet was gemeld. Appellant trok daarom de bijstand in en verklaarde bezwaren ongegrond. De rechtbank oordeelde dat betrokkenen hun inlichtingenverplichting niet hadden geschonden en vernietigde de besluiten.
Appellant nam een nieuw besluit waarin de bezwaren werden gegrond verklaard en de intrekking werd herroepen. In hoger beroep stelde appellant opnieuw dat betrokkenen onjuiste of onvolledige inlichtingen hadden verstrekt. De Raad stelde vast dat betrokkenen hun verhuizing correct hadden gemeld en dat de onjuiste kwalificatie van hun woonsituatie mede voortkwam uit het oordeel van de behandelend ambtenaar.
De Raad concludeerde dat appellant de schending van de inlichtingenverplichting niet had bewezen. De onjuiste juridische kwalificatie van de situatie door betrokkenen, die overeenkwam met het oordeel van de ambtenaar, leidde niet tot een schending. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de rechtbankuitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de intrekking van bijstand bevestigd.