ECLI:NL:CRVB:2009:BI4470
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid ondanks beperkingen
Appellant, een grondwerker, viel uit wegens rugklachten en werd onderzocht in het kader van de WIA. De verzekeringsarts stelde beperkingen vast en de arbeidsdeskundige concludeerde dat appellant niet geschikt was voor zijn eigen werk maar wel voor andere functies, met een berekende arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%. Het UWV weigerde daarom een WIA-uitkering.
Appellant voerde bezwaar aan tegen de beoordeling van beperkingen, de geschiktheid van de geselecteerde functies en de gehanteerde maatmanomvang, maatmaninkomen en opleidingsniveau. De rechtbank vernietigde het besluit vanwege onvoldoende motivatie over de geschiktheid van functies, maar liet de rechtsgevolgen in stand.
In hoger beroep bestreed appellant opnieuw de geschiktheid van de functies. De Raad oordeelde dat het onderzoek naar beperkingen zorgvuldig was en dat het UWV de beperkingen niet had onderschat. De bezwaararbeidsdeskundige had de geschiktheid van de functies nader toegelicht en de Raad vond geen overschrijding van de vastgestelde belastbaarheid in deze functies.
De Raad bevestigde daarom de aangevallen uitspraak en de weigering van de WIA-uitkering, waarbij werd vastgesteld dat de grote handen en vingers van appellant geen belemmering vormen voor de functies. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedraagt.