ECLI:NL:CRVB:2009:BI4578

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
14 mei 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-3769 ANW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht artikel 1
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging weigering proceskostenvergoeding bij onterechte inhouding buitenlandbijdrage Zvw

Appellant maakte bezwaar tegen de inhouding van een buitenlandbijdrage Zvw op zijn ANW-uitkering. De Sociale verzekeringsbank (Svb) hield deze bijdrage vanaf augustus 2006 in, maar verklaarde later dat dit ten onrechte was gebeurd omdat appellant als grensarbeider in Nederland verzekerd was. De onverschuldigd betaalde bijdrage werd met rente terugbetaald.

De rechtbank verklaarde het beroep van appellant niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang, kende het griffierecht toe maar wees een proceskostenvergoeding af omdat appellant geen door een derde verleende rechtsbijstand had. Appellant stelde in hoger beroep dat hij wel recht had op vergoeding van zijn tijdsinvestering in de procedure.

De Raad overwoog dat proceskostenvergoeding alleen kan worden toegekend voor kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, en dat appellant zijn eigen belangen behartigde. Ook reis- en verblijfkosten of verletkosten konden niet worden toegekend omdat appellant niet bij de zitting was verschenen.

Daarom werd het hoger beroep afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend, ondanks de terugbetaling van de onterecht ingehouden buitenlandbijdrage.

Uitkomst: Hoger beroep afgewezen; geen proceskostenvergoeding toegekend omdat appellant geen derde rechtsbijstand inschakelde.

Uitspraak

08/3769 ANW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats], Duitsland (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 16 juni 2008, 06/4860 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).
Datum uitspraak: 14 mei 2009
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 april 2009. Appellant is daarbij niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P.C.J. van de Nes.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Bij besluit van 8 augustus 2006 heeft de Svb onder meer aan appellant medegedeeld dat met ingang van augustus 2006 krachtens de Zorgverzekeringswet (Zvw) een buitenlandbijdrage van € 68,83 op zijn uitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet (ANW) wordt ingehouden.
1.2. Het door appellant gemaakte bezwaar tegen de inhouding van de buitenlandbijdrage Zvw heeft de Svb bij beslissing op bezwaar van 13 september 2006 ongegrond verklaard.
1.3. Bij brief van 9 april 2008 heeft de Svb aan de rechtbank medegedeeld dat met ingang van augustus 2006 ten onrechte de Zvw buitenlandbijdrage is ingehouden, omdat appellant als grensarbeider in Nederland verzekerd is krachtens de Zvw. De Svb heeft tevens medegedeeld dat het besluit van 13 september 2006 niet wordt gehandhaafd en dat het College voor zorgverzekeringen (hierna: CVZ) de onverschuldigd betaalde bijdrage aan appellant zal terugbetalen.
2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellant niet-ontvankelijk verklaard, wegens het ontbreken van procesbelang. Voorts heeft de rechtbank bepaald dat de Svb het betaalde griffierecht aan appellant dient te vergoeden. Ten slotte heeft de rechtbank geen proceskostenveroordeling uitgesproken, omdat geen sprake was van door een derde verleende rechtsbijstand.
3.1. Appellant heeft in hoger beroep aangevoerd dat wel aanspraak bestaat op een proceskostenvergoeding, omdat hij tijd heeft besteed aan de procedure die hij anders aan cliënten in rekening had kunnen brengen en de Svb gehouden is die schade te vergoeden. Verder heeft appellant erop gewezen dat hij de ten onrechte ingehouden bijdrage nog niet heeft ontvangen.
3.2. De Svb heeft in het verweerschrift medegedeeld dat het CVZ bij besluit van 23 januari 2009 de ten onrechte betaalde buitenlandbijdrage Zvw - met rente - aan appellant heeft gerestitueerd.
4. De Raad overweegt het volgende.
4.1. Nu de onverschuldigd betaalde buitenlandbijdrage Zvw inmiddels - met rente - aan appellant is gerestitueerd is in hoger beroep nog slechts in geschil of de rechtbank terecht geen proceskostenvergoeding aan appellant heeft toegekend.
4.2. Ingevolge artikel 8:75, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is de rechtbank bij uitsluiting bevoegd een partij te veroordelen in de kosten die een andere partij in verband met de behandeling van het beroep bij de rechtbank redelijkerwijs heeft moeten maken. Voorts is in dit artikellid bepaald dat bij algemene maatregel van bestuur nadere regels worden gesteld.
4.3. Artikel 1 van Pro het ter uitvoering van artikel 8:75, eerste lid, van de Awb vastgestelde Besluit proceskosten bestuursrecht (hierna: Besluit) luidt als volgt: “Een veroordeling in de kosten als bedoeld in artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht kan uitsluitend betrekking hebben op:
a. kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand,
b. (…),
c. reis- en verblijfkosten van een partij,
d. verletkosten van een partij,”.
4.4. De Raad stelt vast dat appellant bij de rechtbank zijn eigen belangen heeft behartigd. Van door een derde verleende rechtsbijstand als bedoeld in de hiervoor weergegeven bepaling is derhalve geen sprake. Dit betekent dat niet is voldaan aan een van de voorwaarden voor een proceskostenvergoeding ter zake van kosten van rechtsbijstand en dat de rechtbank terecht heeft geweigerd een zodanige vergoeding toe te kennen.
4.5. Voorts merkt de Raad nog op dat appellant voor een eventuele vergoeding van reis- en verblijfkosten en verletkosten evenzeer niet in aanmerking komt, nu hij de zitting bij de rechtbank niet heeft bijgewoond.
4.6. Uit het vorenstaande vloeit voort dat het hoger beroep niet kan slagen, zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.
5. De Raad acht geen termen aanwezig toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb inzake een vergoeding van proceskosten in hoger beroep.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door T.L. de Vries. De beslissing is, in tegenwoordigheid van W. Altenaar als griffier, uitgesproken in het openbaar op 14 mei 2009.
(get.) T.L. de Vries.
(get.) W. Altenaar.
NK