ECLI:NL:CRVB:2009:BI4578
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering proceskostenvergoeding bij onterechte inhouding buitenlandbijdrage Zvw
Appellant maakte bezwaar tegen de inhouding van een buitenlandbijdrage Zvw op zijn ANW-uitkering. De Sociale verzekeringsbank (Svb) hield deze bijdrage vanaf augustus 2006 in, maar verklaarde later dat dit ten onrechte was gebeurd omdat appellant als grensarbeider in Nederland verzekerd was. De onverschuldigd betaalde bijdrage werd met rente terugbetaald.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang, kende het griffierecht toe maar wees een proceskostenvergoeding af omdat appellant geen door een derde verleende rechtsbijstand had. Appellant stelde in hoger beroep dat hij wel recht had op vergoeding van zijn tijdsinvestering in de procedure.
De Raad overwoog dat proceskostenvergoeding alleen kan worden toegekend voor kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, en dat appellant zijn eigen belangen behartigde. Ook reis- en verblijfkosten of verletkosten konden niet worden toegekend omdat appellant niet bij de zitting was verschenen.
Daarom werd het hoger beroep afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend, ondanks de terugbetaling van de onterecht ingehouden buitenlandbijdrage.
Uitkomst: Hoger beroep afgewezen; geen proceskostenvergoeding toegekend omdat appellant geen derde rechtsbijstand inschakelde.