ECLI:NL:CRVB:2009:BI4719
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant, werkzaam als schoonmaker, ontving een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Na een herbeoordeling in 2005-2006, waarbij een psychiater en verzekeringsarts betrokken waren, werd de uitkering ingetrokken per 10 maart 2006. Appellant maakte bezwaar, dat door het UWV ongegrond werd verklaard.
De rechtbank vernietigde het bezwaarbesluit maar liet de rechtsgevolgen intact, waarbij zij de medische en arbeidskundige onderbouwing onderschreef. Appellant betoogde in hoger beroep dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat zijn psychische toestand vlak voor de intrekking was verslechterd, wat onvoldoende werd onderbouwd.
De Raad stelde vast dat appellant ten tijde van het onderzoek niet onder psychiatrische behandeling was en dat een verwijzing naar de GGZ pas na de intrekking plaatsvond zonder aanwijzingen van verslechtering. De Raad vond het medisch onderzoek zorgvuldig en de geschiktheid van functies adequaat toegelicht. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd na zorgvuldig medisch onderzoek.