ECLI:NL:CRVB:2009:BI4796
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- C.P.M. van de Kerkhof
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongewijzigde vaststelling WAO-uitkering wegens voldoende medische grondslag
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering ongewijzigd vast te stellen op een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het besluit op een deugdelijke medische grondslag berustte en dat de geduide functies passend waren.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn stelling dat zijn psychische beperkingen werden onderschat en dat de functies niet medisch passend waren. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat er geen aanleiding was om te twijfelen aan de zorgvuldigheid van het medisch onderzoek door het UWV en de juistheid van de conclusies. De door appellant overgelegde brief van zijn psychiater bood geen nieuwe informatie die het oordeel van het UWV ondermijnde.
De Raad concludeerde dat de geschiktheid van appellant voor de geduide functies niet in twijfel kan worden getrokken en bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 20 mei 2009.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV tot ongewijzigde vaststelling van de WAO-uitkering wegens voldoende medische grondslag.