ECLI:NL:CRVB:2009:BI4816
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant was procesoperator en viel uit op 2 januari 2002 vanwege nek-, rug-, schouder- en armklachten. Het Uwv weigerde aanvankelijk een WAO-uitkering toe te kennen omdat appellant niet onafgebroken 52 weken arbeidsongeschikt was. Na bezwaar en eerdere vernietiging door de Raad, nam het Uwv een nieuw besluit waarin het bezwaar opnieuw ongegrond werd verklaard vanwege een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%.
De rechtbank benoemde een onafhankelijke orthopedisch chirurg die concludeerde dat appellant geen orthopedische beperkingen had. De rechtbank vond dat de belastbaarheid niet was overschat en dat appellant in staat was om passende arbeid te verrichten. Appellant voerde in hoger beroep aan dat er wel medische beperkingen waren en dat de functies niet geschikt waren, maar bracht geen nieuwe objectieve medische gegevens in.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en bevestigde dat de belastbaarheid niet was overschat. De arbeidskundige rapportages ondersteunen dat de functies geschikt zijn. Het hoger beroep faalt en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de WAO-uitkering wordt bevestigd.