ECLI:NL:CRVB:2009:BI4829
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- C.P.M. van de Kerkhof
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en bevestiging terugvordering TW- en WAO-uitkering wegens arbeidsinkomsten
Appellant ontving sinds 1986 een WAO-uitkering en vanaf 1987 een TW-uitkering. Het UWV ontdekte dat appellant van oktober 2001 tot november 2004 betaalde werkzaamheden verrichtte via een uitzendbureau, wat niet was opgegeven. Het UWV herzag de uitkeringen en vorderde onverschuldigd betaalde bedragen terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze besluiten ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep stelde vast dat de uitspraak van de rechtbank niet door de juiste rechter was ondertekend, waardoor deze vernietigd werd. De Raad gaf vervolgens zelf een inhoudelijk oordeel.
De Raad vond voldoende bewijs dat appellant werkzaamheden verrichtte en inkomsten ontving, ondanks zijn stelling dat hij voor een vriend toezichthoudende taken verrichtte zonder inkomsten te ontvangen. Appellant had jarenlang onjuiste informatie verstrekt aan het UWV.
De Raad oordeelde dat het UWV terecht onverschuldigde uitkeringen terugvordert en dat er geen dringende redenen zijn om van terugvordering af te zien. De hoogte van het terugvorderingsbedrag is voldoende onderbouwd. Tot slot veroordeelde de Raad het UWV in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van onverschuldigde uitkeringen bevestigd.