ECLI:NL:CRVB:2009:BI4845
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- C.P.M. van de Kerkhof
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering, berekend op een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, met ingang van 6 juni 2006 in te trekken wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%.
De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand gelaten. De rechtbank onderschreef de medische en arbeidskundige grondslagen van het besluit.
In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek onzorgvuldig was en dat hij meer beperkingen ondervindt dan het UWV aannam. De Raad concludeerde echter dat appellant geen nieuwe medische feiten had aangevoerd die twijfel aan de medische grondslag rechtvaardigen.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank over de medische beperkingen en de geschiktheid van de functies die aan appellant waren voorgehouden. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.