ECLI:NL:CRVB:2009:BI4863
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C.P.M. van Kerkhof
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidskundige onderbouwing
Appellant, een productiemedewerker aardewerk, ontving sinds 2000 een WAO-uitkering. Na een herbeoordeling in 2006 besloot het UWV de uitkering per 20 juli 2006 in te trekken vanwege een vermeend gering verlies aan verdiencapaciteit. Appellant maakte bezwaar en het UWV handhaafde het besluit. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand.
In hoger beroep betoogde appellant dat het UWV onvoldoende informatie had ingewonnen bij zijn behandelend artsen en dat de arbeidskundige functies niet passend waren, mede vanwege zijn beperkte opleiding. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de functies medisch geschikt waren, maar dat onvoldoende inzicht bestond of appellant met zijn opleiding en werkervaring aan het vereiste functieniveau voldeed. Het UWV had onvoldoende gemotiveerd dat appellant op niveau 2 had gefunctioneerd.
Daarom vernietigde de Raad het bestreden besluit en het gewijzigde besluit van het UWV omdat deze niet voldeden aan de vereisten van artikel 7:12 Awb Pro. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €644 en griffierecht van €106 aan appellant.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende arbeidskundige onderbouwing.