ECLI:NL:CRVB:2009:BI4878
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- A.C.A. Wit
- Rechtspraak.nl
Vaststelling proceskostenvergoeding in bezwaar en hoger beroep tegen UWV-besluit
Appellant maakte bezwaar tegen een UWV-besluit waarbij een maatregel was opgelegd en vroeg vergoeding van proceskosten. Het UWV kwalificeerde de zaak als licht van gewicht en kende een vergoeding van €161 toe. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en vond de matiging van de vergoeding niet onredelijk.
In hoger beroep stelde appellant dat de zaak van gemiddeld gewicht was en dat de vergoeding daarom hoger moest zijn. De Raad overwoog dat het indienen van een bezwaarschrift standaard 1 punt waard is en dat een wegingsfactor alleen bij afwijkende complexiteit wordt toegepast. Aangezien geen afwijkende complexiteit was gebleken, moest de zaak als gemiddeld worden beoordeeld, wat resulteert in een vergoeding van €322 in bezwaar.
Voor het hoger beroep kende de Raad een vergoeding toe van €161, omdat de zaak als licht werd aangemerkt. De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van in totaal €805 aan proceskosten en tot vergoeding van het betaalde griffierecht van €145. De aangevallen uitspraak en het bestreden besluit werden vernietigd voor zover zij de proceskostenvergoeding in bezwaar betroffen.
Uitkomst: De proceskostenvergoeding in bezwaar wordt vastgesteld op €322 en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van in totaal €805 aan proceskosten.