ECLI:NL:CRVB:2009:BI4887
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- T. Hoogenboom
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens voldoende medische grondslag
Appellante betwistte de intrekking van haar WAO-uitkering door het Uwv, die was gebaseerd op een vastgestelde arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. De rechtbank had het beroep van appellante gegrond verklaard, het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand gelaten. De rechtbank onderschreef de medische bevindingen van de door haar ingeschakelde deskundige cardioloog Wesdorp en stelde vast dat het Uwv de geschiktheid van de voorgehouden functies voldoende had gemotiveerd.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij vanwege hart- en psychische klachten niet in staat was de functies uit te oefenen, verwijzend naar een rapport van vasculair-arts Kohinor en een brief van haar huisarts. De Raad overwoog dat deze medische informatie geen aanleiding gaf het oordeel van de rechtbank te wijzigen. De klachten werden als subjectief beoordeeld en brachten geen lichamelijke beperkingen mee die de arbeidsmogelijkheden zouden beperken.
De Raad bevestigde dat appellante, uitgaande van de juiste medische vaststelling, in staat is de voorgehouden werkzaamheden te verrichten. Het Uwv had de geschiktheid van deze functies voldoende gemotiveerd, ook al gebeurde dit pas in beroep. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering van appellante wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.