ECLI:NL:CRVB:2009:BI4915
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C.P.M. van de Kerkhof
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit UWV dat appellant niet meer ongeschikt is voor arbeid
Appellant, voormalig medewerker in een rozenkwekerij, meldde zich op 20 juli 2006 ziek vanwege lichamelijke en psychische klachten. Het UWV besloot op 15 september 2006 dat appellant vanaf 14 september 2006 geen recht meer had op ziekengeld. Dit besluit werd bij bezwaar en beroep door de rechtbank bevestigd.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn klachten en werkzaamheden onvoldoende waren meegewogen en dat overleg met zijn huisarts noodzakelijk was. Hij bracht aanvullende medische stukken in om zijn standpunt te onderbouwen.
De Raad overwoog dat het besluit van het UWV gebaseerd was op een zorgvuldig medisch onderzoek door artsen die geen afwijkingen of psychopathologie konden vaststellen. De aanvullende medische informatie van de GGD en huisarts bracht geen nieuw licht op de situatie op de datum van het besluit.
De Raad concludeerde dat het UWV terecht had vastgesteld dat appellant niet langer ongeschikt was voor zijn arbeid en dat het hoger beroep ongegrond was. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd zonder toekenning van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit dat appellant niet meer ongeschikt is voor zijn arbeid wordt bevestigd.