ECLI:NL:CRVB:2009:BI4931
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ongeschiktheid voor arbeid bij keel- en huidklachten en weigering Ziektewetuitkering
Appellant, voormalig medewerker rozenkwekerij, meldde zich ziek met keel- en huidklachten na het faillissement van zijn werkgever. Medisch onderzoek door bedrijfsarts en bezwaarverzekeringsarts concludeerde dat appellant vanaf 1 mei 2007 hersteld was en zijn arbeid volledig kon verrichten. Het UWV weigerde daarom een verdere Ziektewetuitkering.
Appellant voerde in bezwaar en beroep aan dat hij door zijn klachten wel beperkingen had en ongeschikt was voor arbeid, verwijzend naar medische informatie van een kno-arts. De rechtbank en de Raad oordeelden echter dat het medisch bewijs onvoldoende was om ongeschiktheid aan te nemen, mede omdat geen oorzaak voor de klachten was gevonden en er geen eenduidige medische opinie bestond die beperkingen bevestigde.
De Raad benadrukte dat ongeschiktheid objectief medisch moet worden vastgesteld en dat het ontbreken van een oorzaak niet automatisch betekent dat beperkingen aanwezig zijn. Er was geen aanleiding voor een bijzonder geval. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Amsterdam werd bevestigd, waarmee de weigering van de Ziektewetuitkering rechtmatig was.
Uitkomst: Appellant is sinds 1 mei 2007 niet langer ongeschikt voor zijn arbeid en de Ziektewetuitkering is terecht geweigerd.