ECLI:NL:CRVB:2009:BI5036
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- J. Riphagen
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering wegens strijd motiveringsbeginsel
Appellante, sinds 1998 in Nederland en sinds 2001 WAO-uitkeringsgerechtigd wegens psychische klachten, kreeg haar uitkering in 2005 ingetrokken na een heronderzoek door het UWV. De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellante ongegrond en oordeelde dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat passende functies waren vastgesteld.
In hoger beroep betoogde appellante dat onvoldoende rekening was gehouden met haar klachten en dat zij de Nederlandse taal niet beheerst, waardoor zij niet geschikt zou zijn voor de geselecteerde functies. De Raad onderschreef de zorgvuldigheid van het medisch onderzoek en oordeelde dat de functies medisch passend waren. Wel ontbrak een afdoende toelichting op de geselecteerde functies in het bestreden besluit, die pas in hoger beroep werd verstrekt.
Daarom vernietigde de Raad het bestreden besluit wegens strijd met het motiveringsbeginsel, verklaarde het beroep gegrond, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand blijven. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak bevestigt het belang van een deugdelijke motivering bij besluiten tot intrekking van uitkeringen.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens strijd met het motiveringsbeginsel, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.