ECLI:NL:CRVB:2009:BI5130
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de weigering van het UWV om een WIA-uitkering toe te kennen, omdat hij volgens eigen zeggen ernstiger beperkt zou zijn door een dubbele hernia. Het UWV stelde dat appellant op de peildatum 27 juni 2006 minder dan 35% arbeidsongeschikt was en geschikt voor bepaalde functies. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank bevestigd. De Raad vond geen aanknopingspunten om de vastgestelde belastbaarheid onjuist te achten. De medische stukken, waaronder een rapport van de bezwaarverzekeringsarts en een brief van de neuroloog, wezen niet op een dubbele hernia maar op een discusprotrusie zonder ernstige beperkingen. Ook meldde appellant zich niet met toegenomen klachten bij de huisarts rond de datum in geding.
De functies waarop de arbeidsdeskundige zich baseerde, zoals samensteller metaalwaren, productiemedewerker en inpakker, zijn volgens de Raad passend bij de vastgestelde belastbaarheid. De Raad oordeelde dat het hoger beroep niet kon slagen en bevestigde het bestreden besluit van het UWV.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is.