ECLI:NL:CRVB:2009:BI5280
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- T. Hoogenboom
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit WGA-uitkering wegens onvoldoende motivering duurzaamheid arbeidsongeschiktheid
Appellant, laatstelijk werkzaam als legger van kunststofvloeren, is sinds 5 april 2004 arbeidsongeschikt door beenklachten en bijkomende psychische klachten. Het UWV kende hem op 24 april 2006 een WGA-uitkering toe omdat hij 80% of meer arbeidsongeschikt was met een meer dan geringe kans op herstel. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 2 januari 2007 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt dat hij vanaf 3 april 2006 volledig en duurzaam arbeidsongeschikt was en recht had op een IVA-uitkering. De Raad stelde vast dat de kern van het geschil lag bij de vraag of de arbeidsongeschiktheid duurzaam was in de zin van artikel 4 Wet Pro WIA. De Raad oordeelde dat de medische rapportages onvoldoende concrete en deugdelijke onderbouwing bevatten voor de verwachting van herstel, omdat de inschatting van de verzekeringsartsen onvoldoende toegespitst was op de situatie van appellant.
De Raad vernietigde het bestreden besluit wegens strijd met de artikelen 3:2 en 7:12 van de Awb en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Het verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen wegens gebrek aan inzicht in de omvang van de schade. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en het UWV moet een nieuw besluit nemen.