ECLI:NL:CRVB:2009:BI5310
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- D.A.C. Slump
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit over behoud buitenlandtoelage wegens onbevoegdheid en onvoldoende motivering
Appellant, een burger monteur werkzaam bij het ministerie van Defensie, werd in 1995 overgeplaatst naar Duitsland en genoot sindsdien een buitenlandtoelage. Na het onverwachte besluit tot opheffing van de legerbasis in Duitsland werd appellant in 2006 overgeplaatst naar Oirschot. De buitenlandtoelage werd aanvankelijk verlengd tot 31 december 2006 en vervolgens tot 1 mei 2007, waarna het bestreden besluit van 11 juni 2007 de verdere toekenning weigerde.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, maar appellant stelde dat de bijzondere omstandigheden, zoals late informatie over de sluiting van de legerplaats en problemen op de woningmarkt, onvoldoende waren meegewogen. De Raad stelde vast dat de commandant niet bevoegd was het besluit te nemen; die bevoegdheid lag bij de staatssecretaris. Daarom vernietigde de Raad het besluit en de uitspraak van de rechtbank.
De Raad oordeelde dat de situatie van appellant een bijzonder geval vormde en dat de staatssecretaris bevoegd was de buitenlandtoelage te verlengen totdat het gezin kon terugkeren of volgen. De motivering van de staatssecretaris voor het beëindigen van de toelage na 1 mei 2007 was onvoldoende, met name omdat de geboden voorzieningen niet in redelijke verhouding stonden tot het wegvallen van de toelage.
De Raad volgde het standpunt dat de woning in Veldhoven passend was, ondanks bezwaren van appellant over de grootte en geschiktheid. De Raad concludeerde dat het bestreden besluit niet op een deugdelijke motivering berustte en droeg de staatssecretaris op een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de buitenlandtoelage is vernietigd en de staatssecretaris moet een nieuwe beslissing nemen.