ECLI:NL:CRVB:2009:BI5977
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- J. Riphagen
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van de uitspraak inzake WGA-uitkering op basis van arbeidsongeschiktheid
In deze zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Breda, die op 4 juli 2007 het beroep van appellant tegen het besluit van het Uwv gegrond verklaarde. Het Uwv had bij besluit van 29 juni 2006 vastgesteld dat appellant recht had op een WGA-uitkering, gebaseerd op een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. De rechtbank oordeelde dat de arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit onvoldoende was toegelicht, maar bevestigde de medische basis van het besluit. Appellant stelde dat hij, gezien zijn medische klachten, niet in staat was om gangbare arbeid te verrichten. In hoger beroep herhaalde appellant zijn eerdere stellingen en voegde daaraan toe dat een bezwaarverzekeringsarts had aangegeven dat het bestreden besluit onjuist was en dat appellant niet in staat zou zijn om meer dan 20% van het maatmaninkomen te verdienen.
De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep behandeld en op 20 mei 2009 uitspraak gedaan. De Raad oordeelde dat er geen nieuwe gegevens waren gepresenteerd die het medisch oordeel van het Uwv in twijfel trokken. De Raad onderschreef de overwegingen van de rechtbank en concludeerde dat de arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit voldoende was toegelicht. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank, voor zover deze was aangevochten, en oordeelde dat er geen termen aanwezig waren om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht, wat betreft de proceskosten.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer, met H. Bolt als voorzitter en J. Riphagen en H. Bedee als leden. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van griffier A. de Gier.