ECLI:NL:CRVB:2009:BI5979

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
12 mei 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-2959 WWB
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbWet werk en bijstand
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging verlaging bijstandsuitkering ondanks overschrijding bezwaartermijn

Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand. Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Gilze en Rijen verlaagde de bijstand met 40% voor de duur van twee maanden, ingaande 1 april 2007. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar diende dit pas op 16 mei 2007 in, nadat de bezwaartermijn van zes weken was verstreken.

Appellant voerde aan dat hij pas op 10 april 2007 kennis had genomen van het besluit via zijn bewindvoerder en dat de termijnoverschrijding hem niet kon worden toegerekend. De Raad stelde vast dat het besluit op 28 maart 2007 was verzonden en dat de ontvangst door de bewindvoerder op 10 april 2007 geen reden was om van een andere verzenddatum uit te gaan, mede omdat appellant de verzending niet betwistte.

De Raad oordeelde dat appellant redelijkerwijs binnen de termijn bezwaar had kunnen maken, ook al had hij het besluit enkele dagen vóór het einde van de termijn ontvangen. De tussenkomst van de bewindvoerder leidde niet tot een verschoonbare termijnoverschrijding. Daarom bleef de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar in stand en werd het hoger beroep ongegrond verklaard.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de verlaging van de bijstandsuitkering blijft gehandhaafd.

Uitspraak

08/2959 WWB
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van
[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 8 april 2008, 07/4397 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Gilze en Rijen (hierna: College)
Datum uitspraak: 12 mei 2009
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. I.A.C. Cools, advocaat te Rijen, hoger beroep ingesteld.
Het College heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 31 maart 2009. Voor appellant is mr. Cools verschenen. Het College heeft zich, met voorafgaand bericht, niet laten vertegenwoordigen.
II. OVERWEGINGEN
1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.
1.1. Appellant ontvangt bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand.
1.2. Bij besluit van 27 maart 2007 heeft het College de bijstand van appellant met ingang van 1 april 2007 voor de duur van twee maanden verlaagd met 40%.
1.3. Namens appellant heeft mr. Cools bij brief van 16 mei 2007 bezwaar gemaakt tegen het besluit van 27 maart 2007.
1.4. Bij besluit op bezwaar van 5 september 2007 heeft het College het bezwaar tegen het besluit van 27 maart 2007 niet-ontvankelijk verklaard.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het besluit van 5 september 2007 ongegrond verklaard.
3. Appellant heeft zich in hoger beroep tegen deze uitspraak gekeerd. Appellant heeft in dit verband aangevoerd dat hij is toegelaten tot de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Naar zijn mening moet het ervoor worden gehouden dat het in bezwaar bestreden besluit eerst op 10 april 2007 is ontvangen door de bewindvoerder. Appellant heeft vervolgens slechts een beperkt aantal dagen voor het einde van de bezwaartermijn van het besluit kennis kunnen nemen. Hij heeft zo spoedig mogelijk daarna rechtsbijstand gezocht en bezwaar laten maken. Nu appellant het besluit door toedoen van de bewindvoerder met een aanmerkelijke vertraging in handen heeft gekregen, valt hem de termijnoverschrijding niet toe te rekenen en dient deze als verschoonbaar te gelden.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1. De Raad stelt vast dat op het in bezwaar bestreden besluit door middel van een stempel is aangegeven dat het is verzonden op 28 maart 2007. Niet in geding is dat het besluit niet-aangetekend per post is verzonden. In de enkele omstandigheid dat de bewindvoerder van appellant het besluit eerst op 10 april 2007 zou hebben ontvangen ziet de Raad geen aanleiding om uit te gaan van een andere datum van verzending dan 28 maart 2007, nu appellant de verzending op die datum en de ontvangst als zodanig niet heeft betwist. De Raad merkt daarbij op dat appellant niet meer beschikt over de envelop met poststempel, waarin het besluit is verzonden.
4.2. Uitgaande van genoemde datum van verzending liep de bezwaartermijn, gelet op het bepaalde in de artikelen 6:7 en 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht, tot en met 9 mei 2007. Met het op 16 mei 2007 verzonden bezwaarschrift is de bezwaartermijn van zes weken overschreden.
4.3. Ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaarschrift blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
4.4. Dit laatste is hier niet het geval. Nu namens appellant is aangegeven dat hij - zij het enkele dagen - vóór het einde van de bezwaartermijn van het besluit heeft kennisgenomen, valt niet in te zien dat hij redelijkerwijs niet binnen de bezwaartermijn een (voorlopig) bezwaarschrift had kunnen indienen. De Raad merkt hierbij op dat de tussenkomst van de bewindvoerder niet tot gevolg heeft gehad dat appellant eerst na ommekomst van de bezwaartermijn het besluit in handen heeft gekregen.
4.5. Het hoger beroep slaagt dan ook niet.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door R.H.M. Roelofs als voorzitter en R. Kooper en H.C.P. Venema als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van W. Altenaar als griffier, uitgesproken in het openbaar op 12 mei 2009.
(get.) R.H.M. Roelofs.
(get.) W. Altenaar.
NK