ECLI:NL:CRVB:2009:BI5998
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering met arbeidsongeschiktheid van 35-45%
Appellant, werkzaam als tuinarbeider en afwasser, meldde zich in 1997 ziek met lichamelijke en psychische klachten en ontving een WAO-uitkering die later werd herzien. Na een medisch onderzoek in 2005 concludeerde een arts dat appellant in staat was tot normaal functioneren, waarna het UWV de uitkering introk. Na bezwaar stelde een bezwaarverzekeringsarts beperkingen vast en werd de uitkering herzien naar 15-25% arbeidsongeschiktheid.
Tijdens de beroepsprocedure herzag het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid naar 35-45% op basis van een uitspraak over de maximering van de arbeidsduur en een arbeidskundig rapport. De rechtbank vernietigde het eerste besluit maar wees het tweede besluit af, waarbij zij de medische en arbeidskundige grondslagen onderschreef.
In hoger beroep betoogde appellant dat er verdergaande beperkingen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) hadden moeten worden opgenomen. De Raad oordeelde echter dat de medische informatie, inclusief die van de huisarts en psychiater, geen aanleiding gaf tot een ander oordeel. Ook achtte de Raad de combinatie van belastingen in de geduide functies niet onaanvaardbaar.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het bestreden besluit en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van de WAO-uitkering met 35-45% arbeidsongeschiktheid bevestigd.