ECLI:NL:CRVB:2009:BI6143
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- R. Kooper
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet-melding studie en werk
Appellant ontving sinds 1995 een bijstandsuitkering en stond van 2001 tot 2005 ingeschreven bij een onderwijsinstelling. Tevens verrichtte hij werkzaamheden als standhouder op een bazaar zonder dit te melden. Het College herzag de bijstand over deze periode en vorderde de kosten van € 52.270,03 terug wegens schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het College bevoegd was de bijstand in te trekken en terug te vorderen, omdat geen dringende redenen aanwezig waren om hiervan af te zien. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn situatie als vluchteling en studerende tandheelkunde uitzonderlijk was en dat terugvordering ernstige gevolgen zou hebben.
De Raad overweegt dat de aangevoerde omstandigheden geen dringende redenen opleveren die terugvordering verhinderen, omdat deze niet zien op de gevolgen van terugvordering voor het lichamelijk of geestelijk welzijn. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en het hoger beroep wordt verworpen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering wegens niet-melding van studie en werkzaamheden.