ECLI:NL:CRVB:2009:BI6171
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- R. Kooper
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting en vermogen boven vermogensgrens
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en werd op 8 februari 2005 aangehouden bij een politie-inval in een hennepkwekerij. Bij onderzoek werden waardevolle voorwerpen bij hem aangetroffen, wat aanleiding gaf tot een onderzoek door het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Bergeijk. Het College concludeerde dat appellant beschikte over vermogen boven de geldende vermogensgrens en inkomsten uit criminele activiteiten, waarvan hij niet had bericht.
Het College trok de bijstand per 1 februari 2005 in en verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond. De rechtbank vernietigde dit besluit en beval een nieuw besluit. Het College handhaafde het besluit, waarna appellant in hoger beroep ging bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat appellant vermogen bezat dat de vermogensgrens ruimschoots overschreed, waaronder een personenauto, een speedboot, een visboot en een herenhorloge met een waarde van minimaal € 1.350. Appellant slaagde er niet in tegenbewijs te leveren dat deze vermogensbestanddelen niet van hem waren. Ook was niet gebleken van schulden die in mindering konden worden gebracht.
De Raad bevestigde dat het College bevoegd was de bijstand in te trekken op grond van artikel 54, derde lid, WWB, vanwege de schending van de inlichtingenverplichting en het bezit van vermogen boven de grens. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wordt bevestigd wegens het beschikken over vermogen boven de vermogensgrens en schending van de inlichtingenverplichting.