ECLI:NL:CRVB:2009:BI6189
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering en afwijzing verzoek tot verhoging wegens arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft beroep ingesteld tegen besluiten van het Uwv waarbij haar WAO-uitkering werd herzien van 80-100% naar 25-35% arbeidsongeschiktheid en tegen de afwijzing van haar aanvraag tot verhoging van de uitkering wegens vermeende toegenomen arbeidsongeschiktheid.
Tijdens de procedure heeft het Uwv een nieuw besluit genomen waarin de arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 35-45%. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en verklaarde het beroep tegen het wijzigingsbesluit ongegrond. Tevens werd het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag tot verhoging gegrond verklaard, waarbij de WAO-uitkering werd vastgesteld op 35-45%.
In hoger beroep betwistte appellante de vaststelling van de arbeidsongeschiktheid en stelde zij dat zij medisch niet geschikt was voor de geselecteerde functies en dat er sprake was van toegenomen klachten. De Raad oordeelde dat de medische beoordeling deugdelijk was en dat er geen aanwijzingen waren voor een zwaardere urenbeperking. Ook was de medische voorbereiding ten aanzien van de afwijzing van de aanvraag tot verhoging zorgvuldig. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 29 mei 2009.
Uitkomst: Hoger beroep wordt afgewezen en de herziening van de WAO-uitkering naar 35-45% wordt bevestigd.