ECLI:NL:CRVB:2009:BI6194
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- R.C. Stam
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering WAO-uitkering en toekenning schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Appellant, die sinds een auto-ongeval in 1990 rugklachten heeft, werd door het UWV de WAO-uitkering geweigerd omdat hij volgens het UWV in staat zou zijn om geschikte functies te verrichten met een verlies aan verdiencapaciteit van minder dan 15%.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen het besluit van het UWV ongegrond, waarbij zij oordeelde dat appellant niet in staat was zijn oorspronkelijke functie als alfahulp uit te oefenen, maar wel geschikt was voor andere functies, waardoor zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedroeg.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dat de medische beoordeling en het oordeel van de rechtbank standhouden. Wel wordt vastgesteld dat de redelijke termijn voor de procedure met ruim twee jaar is overschreden, wat volledig aan het UWV kan worden toegerekend.
De Raad veroordeelt het UWV tot betaling van een immateriële schadevergoeding van €3.000,- en proceskosten, vernietigt het bestreden besluit en laat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand.
Deze uitspraak benadrukt het belang van tijdige besluitvorming door bestuursorganen en bevestigt de criteria voor het toekennen van schadevergoeding bij overschrijding van de redelijke termijn.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit van het UWV wordt vernietigd en appellant ontvangt een schadevergoeding van €3.000,- wegens overschrijding van de redelijke termijn.