ECLI:NL:CRVB:2009:BI6701
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na beoordeling medische en arbeidskundige gronden
Appellante ontvangt sinds 1999 een WAO-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Het UWV heeft deze uitkering per 25 april 2006 ingetrokken omdat appellante volgens hen weer in staat was om met haar beperkingen een inkomen te verwerven, waardoor haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% zou zijn.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante gegrond en vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. De rechtbank vond dat het besluit pas in de beroepsfase voldoende was gemotiveerd. In hoger beroep heeft appellante bezwaar gemaakt tegen het in stand laten van de rechtsgevolgen en gewezen op vermeende verborgen beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML).
De Raad concludeert dat er geen nieuwe medische gronden zijn aangevoerd en onderschrijft de eerdere beoordeling dat het UWV de beperkingen niet heeft onderschat. De verslechtering van de gezondheidstoestand die leidde tot hernieuwde toekenning van de WAO per 1 oktober 2007 vond plaats na de datum in geschil. Ook de arbeidskundige beoordeling blijft ongewijzigd. De Raad bevestigt daarom het vonnis van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering per 25 april 2006 en wijst het hoger beroep van appellante af.