ECLI:NL:CRVB:2009:BI6705
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van korting en verlaging WAO-uitkering ondanks betwisting belastbaarheid en maatmanloon
Appellant maakte bezwaar tegen besluiten van het UWV die een korting en verlaging van zijn WAO-uitkering tot gevolg hadden. Hij stelde dat zijn belastbaarheid was overschat en dat het maatmanloon onjuist was vastgesteld. De Raad bevestigde dat appellant sinds 1998 arbeidsongeschikt is verklaard met een percentage van 35-45% en dat zijn werkzaamheden als asfalteerder (wegmarkeerder) als maatgevende arbeid gelden.
De medische beoordeling en het arbeidsdeskundig onderzoek wezen uit dat appellant ongeschikt is voor zijn oorspronkelijke werk, maar nog wel mogelijkheden heeft voor andere functies. Het UWV paste artikel 44 van Pro de WAO toe om de uitkering te verminderen vanaf 15 september 2004 vanwege inkomsten uit gedeeltelijke arbeid. De Raad oordeelde dat de rechtbank de medische beoordeling juist had gevolgd en dat de berekening van het maatmanloon adequaat was onderbouwd.
De Raad verwierp de beroepsgronden van appellant, waaronder de stelling dat de jaarlijkse emolumenten verkeerd waren toegerekend. De uitspraak van de Raad van 21 januari 2000 werd als rechtens juist bevestigd. De Raad zag geen aanleiding voor een kostenveroordeling en bevestigde de aangevallen uitspraken van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de besluiten van het UWV tot korting en verlaging van de WAO-uitkering van appellant.