ECLI:NL:CRVB:2009:BI6813
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- T. Hoogenboom
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering na arbeidskundige beoordeling en hoger beroep
Appellant, arbeidsongeschikt verklaard vanwege rug-, nek-, schouder- en duimklachten, kreeg aanvankelijk een WAO-uitkering van 80-100%. Na herbeoordeling in 2004 werd deze verlaagd naar 25-35% op basis van een arbeidskundige schatting. Appellant maakte bezwaar en ging in beroep tegen deze herziening.
De rechtbank Arnhem vernietigde het besluit in 2005 vanwege onvoldoende inzicht in de passendheid van de geduide functies. Het Uwv gaf daarop een nieuw besluit met nadere motivering af, maar appellant bleef bezwaar maken. De rechtbank handhaafde dit besluit, maar appellant ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat de medische beperkingen vaststaan en niet opnieuw ter beoordeling staan, maar dat de arbeidskundige grondslag van het eerste bestreden besluit ondeugdelijk was. Het Uwv stelde een nieuw besluit op waarin de arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 55-65%. De Raad verklaarde het beroep tegen dit tweede besluit ongegrond en veroordeelde het Uwv tot vergoeding van proceskosten aan appellant.
Uitkomst: Het beroep tegen het tweede bestreden besluit wordt ongegrond verklaard en het eerste besluit wordt vernietigd wegens ondeugdelijke arbeidskundige grondslag.