ECLI:NL:CRVB:2009:BI6814
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV en opdracht tot herziening dagloonvaststelling WAO en ZW
Appellante heeft zich ziek gemeld na een motorongeval en kreeg een WAO-uitkering toegekend met een vastgesteld dagloon. Zij heeft later verzocht om herberekening en aanvulling van haar ZW- en WAO-uitkeringen met terugwerkende kracht. Het UWV verklaarde haar bezwaar niet-ontvankelijk, waarop de rechtbank Zutphen het beroep ongegrond verklaarde.
In hoger beroep stelt de Centrale Raad van Beroep vast dat het besluit van 5 december 2001, waartegen geen rechtsmiddel is aangewend, rechtens onaantastbaar is. Echter, de brief van appellante van 8 juni 2005 betrof een verzoek tot herziening van de hoogte van haar uitkeringen, niet slechts een te laat ingediend bezwaarschrift. De Raad acht het UWV terecht niet-ontvankelijkheid gewezen onjuist.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het UWV, en beveelt het UWV een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de vaste rechtspraak omtrent duuraanspraken. Tevens veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen over de herziening van de dagloonvaststelling.