ECLI:NL:CRVB:2009:BI6815
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen intrekking en herziening WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid
Appellante ontving vanaf 1999 een WAO-uitkering van 80-100% arbeidsongeschiktheid. Het UWV trok deze uitkering in per 30 oktober 2005 wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. De rechtbank vernietigde dit besluit vanwege een onvoldoende onderbouwde arbeidskundige motivering en beval een nieuw besluit.
Tijdens het hoger beroep nam het UWV een nieuw besluit waarbij de uitkering onveranderd werd voortgezet op 80-100% tot 9 april 2008, waarna deze werd herzien naar 25-35% arbeidsongeschiktheid. Appellante betwistte dit en stelde dat een urenbeperking van maximaal 30 uur per week medisch geïndiceerd was.
De Raad oordeelde dat de medische en arbeidskundige grondslagen van het oorspronkelijke besluit onjuist waren en vernietigde dit besluit. Het beroep tegen het nieuwe besluit van 17 maart 2008 werd ongegrond verklaard omdat er geen medische aanwijzingen waren voor onderschatting van beperkingen of urenbeperking. De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten aan appellante.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd, het beroep tegen de herziening wordt ongegrond verklaard en het UWV wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.