ECLI:NL:CRVB:2009:BI6949

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
20 mei 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07-6864 AW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J.G. Treffers
  • K. Zeilemaker
  • J.Th. Wolleswinkel
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing hoger beroep wegens niet verschoonbare termijnoverschrijding bij vergoeding

Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een bepaalde vergoeding door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege overschrijding van de bezwaartermijn zonder verschoonbare reden.

De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd vastgesteld dat appellant niet geloofwaardig betwistte dat hij het besluit tijdig had ontvangen. De afwezigheid van een rechtsmiddelenclausule in het besluit werd niet als reden gezien om de termijnoverschrijding te verontschuldigen.

In hoger beroep onderschrijft de Centrale Raad van Beroep deze beoordeling en voegt toe dat de door appellant opgegeven reden voor de termijnoverschrijding, het voorbereiden van examens, onvoldoende is om de overschrijding te verontschuldigen. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen.

De Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te kennen op grond van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer en in het openbaar uitgesproken op 20 mei 2009.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen wegens niet verschoonbare termijnoverschrijding.

Uitspraak

07/6864 AW
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats], (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 19 november 2007, 07/3108 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (hierna: minister)
Datum uitspraak: 20 mei 2009
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
De minister heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 april 2009. Appellant is verschenen. Hij is bijgestaan door mr. H.D. van Duijvenboden, werkzaam bij SRK Rechtsbijstand te Zoetermeer. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.J. van Dishoeck, werkzaam bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
II. OVERWEGINGEN
1. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende feiten en omstandigheden.
1.1. Bij een per niet-aangetekende post verzonden besluit van 1 december 2006 (hierna: besluit) heeft de minister een aanvraag van appellant om toekenning van een bepaalde vergoeding afgewezen.
1.2. Bij brief van 21 februari 2007 heeft appellant tegen het besluit bezwaar gemaakt.
1.3. De minister heeft bij brief van 30 mei 2007, na een hoorzitting, aan appellant gevraagd naar de redenen van de overschrijding met zijn bezwaarschrift van de voor het maken van bezwaar geldende termijn. Appellant heeft hierop geantwoord dat hij in december 2006 en januari 2007 druk was met het voorbereiden van examens.
1.4. Bij het bestreden besluit van 19 juni 2007 heeft de minister het bezwaar van appellant wegens niet verschoonbare termijnoverschrijding niet-ontvankelijk verklaard.
2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Hiertoe heeft de rechtbank in de eerste plaats geoordeeld dat appellant in beroep de tijdige ontvangst van het besluit niet geloofwaardig heeft betwist. Voorts vond de rechtbank het feit dat in het besluit een rechtsmiddelen-clausule ontbreekt, in dit geval geen reden geven de termijnoverschrijding in de bezwarenprocedure verschoonbaar te achten.
3.1. De Raad kan de aangevallen uitspraak op haar gronden onderschrijven. De Raad voegt hieraan nog toe dat het antwoord van appellant, dat onder 1.3 aangeduid, over de reden van de termijnoverschrijding, onderstreept dat de in beroep voor het eerst gedane betwisting van de tijdige ontvangst van het besluit niet geloofwaardig is te achten.
3.2. Het hoger beroep slaagt dus niet. De aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
4. De Raad ziet geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht inzake vergoeding van proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door J.G. Treffers als voorzitter en K. Zeilemaker en J.Th. Wolleswinkel als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.B. de Gooijer als griffier, uitgesproken in het openbaar op 20 mei 2009.
(get.) J.G. Treffers.
(get.) M.B. de Gooijer.
HD