ECLI:NL:CRVB:2009:BI6966
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep op vertrouwensbeginsel en hardheidsclausule bij tegemoetkoming Wtos
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de IB-groep waarbij haar tegemoetkoming op grond van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (Wtos) pas vanaf augustus 2008 werd toegekend, ondanks dat de aanvraag in juli 2008 werd ingediend.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de Wtos duidelijk voorschrijft dat de tegemoetkoming pas ingaat vanaf de maand volgend op de aanvraag. Appellante stelde dat een medewerkster van de IB-groep haar moeder had toegezegd dat zij geen maand tegemoetkoming zou mislopen, maar kon dit niet met bewijs onderbouwen. Ook het beroep op een zinsnede uit een folder en de hardheidsclausule werd afgewezen.
In hoger beroep herhaalde appellante haar stellingen, maar de Raad achtte het beroep op het vertrouwensbeginsel niet geslaagd vanwege het ontbreken van bewijs voor toezeggingen. De folder vermeldde bovendien niet expliciet recht op tegemoetkoming over de lopende maand. De hardheidsclausule werd niet toegepast omdat deze niet bedoeld is om af te wijken van uitdrukkelijke wettelijke bepalingen.
De Raad bevestigde daarom het eerdere oordeel en wees het beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante op het vertrouwensbeginsel en de hardheidsclausule wordt verworpen en de tegemoetkoming gaat pas in vanaf de maand na de aanvraag.