ECLI:NL:CRVB:2009:BI6995
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging recht op ziekengeld wegens herstel volgens Ziektewet
Appellant was werkzaam als grondwerker en meldde zich ziek met rug- en handklachten. Na medische onderzoeken door Ziektewet-artsen werd geconcludeerd dat de klachten myogeen waren en appellant hersteld was voor zijn arbeid. Het UWV beëindigde daarom het recht op ziekengeld per 30 april 2007.
Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat zijn beperkingen nog bestonden en dat de medische beoordeling onvoldoende rekening hield met de ernst van zijn klachten. De bezwaarverzekeringsarts bevestigde echter de eerdere conclusie dat sprake was van spierklachten die reactief waren op het zware werk.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad acht het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig en gemotiveerd, en ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de medische beoordeling dat appellant per 30 april 2007 niet langer recht had op ziekengeld. De medische gegevens van de huisarts brengen geen wijziging in deze beoordeling teweeg.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het recht op ziekengeld wordt per 30 april 2007 beëindigd.