ECLI:NL:CRVB:2009:BI7435
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging WAO-uitkering wegens geschiktheid voor eigen werk als magazijnbediende
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering te beëindigen per 8 februari 2006, omdat hij volgens het UWV minder dan 15% arbeidsongeschikt zou zijn en geschikt voor zijn eigen werk als magazijnbediende in een kledingbedrijf.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad baseert zich op het deskundigenrapport van psychiater Van Ittersum, die een matig ernstige obsessief-compulsieve stoornis vaststelde, maar geen belemmeringen zag voor het verrichten van arbeid. De door het UWV opgestelde Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) is volgens de Raad juist en voldoende onderbouwd.
Appellant bracht informatie in van zijn behandelend psychiater over vermijdingsgedrag en het onttrekken aan behandeling, maar de Raad acht deze informatie onvoldoende om het deskundigenrapport en de FML terzijde te stellen. De arbeidsdeskundige concludeerde dat appellant geen belemmeringen meer heeft om zijn eigen werk als magazijnbediende te verrichten.
De Raad ziet geen reden om het bestreden besluit te vernietigen en bevestigt het. Tevens wordt geen aanleiding gezien voor een kostenveroordeling.
Uitkomst: Beëindiging WAO-uitkering bevestigd wegens geschiktheid voor eigen werk als magazijnbediende.