ECLI:NL:CRVB:2009:BI7687
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen intrekking en herziening WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid
Appellant, arbeidsongeschikt verklaard wegens rug- en schouderklachten, kreeg aanvankelijk een WAO-uitkering toegekend. Het UWV trok deze uitkering in 2006 in wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%, waarna bezwaar en beroep volgden. De rechtbank vernietigde het bezwaarbesluit maar handhaafde de rechtsgevolgen.
In hoger beroep betoogde appellant dat zijn beperkingen werden onderschat, onder meer vanwege oorklachten. Het UWV wijzigde daarop het besluit en verlaagde de uitkering naar een arbeidsongeschiktheidspercentage van 15 tot 25%.
De Raad oordeelt dat het UWV met het besluit van 26 november 2008 niet volledig tegemoet kwam aan het bezwaar, maar dat het beroep mede tegen dit besluit moet worden gericht. De medische en arbeidskundige gronden zijn toereikend en de beperkingen van appellant rechtvaardigen de aangepaste uitkering. Het enkele uitvallen uit een re-integratietraject in 2009 is onvoldoende om de geschiktheid van de functies in twijfel te trekken.
De Raad vernietigt de eerdere uitspraak voor zover de rechtsgevolgen van het besluit van 23 augustus 2006 in stand werden gelaten, verklaart het beroep tegen het besluit van 26 november 2008 ongegrond en veroordeelt het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 26 november 2008 wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak vernietigd voor zover de rechtsgevolgen in stand bleven.