ECLI:NL:CRVB:2009:BI7708
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- C.P.M. van de Kerkhof
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens voldoende medische en arbeidskundige grondslag
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV van 22 mei 2006 waarin werd vastgesteld dat zij geen recht heeft op een WIA-uitkering. De rechtbank oordeelde dat het besluit berust op een toereikende medische en arbeidskundige grondslag, maar stelde dat het UWV pas na beroep adequaat motiveerde waarom appellante de geselecteerde functies zou kunnen vervullen.
In hoger beroep betwist appellante de zorgvuldigheid van het medische onderzoek, met name dat de verzekeringsarts niet de meest recente medische informatie van haar neurochirurg ontving en onvoldoende rekening hield met haar cardiale problemen. Ook vindt zij de geselecteerde functies niet geschikt.
De Raad stelt vast dat de verzekeringsarts de medische informatie, inclusief die na de operatie en over hartklachten, zorgvuldig heeft beoordeeld en dat er geen aanwijzingen zijn dat appellante ernstiger beperkt is dan aangenomen. De geselecteerde functies houden voldoende rekening met haar beperkingen, en er zijn voldoende functies beschikbaar om de mate van arbeidsongeschiktheid te onderbouwen.
De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen recht heeft op een WIA-uitkering vanwege voldoende medische en arbeidskundige onderbouwing.