ECLI:NL:CRVB:2009:BI7710
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- C.P.M. van de Kerkhof
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid per 1 maart 2006
Appellant, die sinds maart 2004 wegens gezondheidsklachten niet meer werkte, vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde op 7 april 2006 vast dat appellant per 1 maart 2006 minder dan 35% arbeidsongeschikt was en wees de uitkering af. Appellant maakte bezwaar, dat door het UWV ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en wees het verzoek tot toepassing van artikel 8:73 Awb Pro af, omdat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was en de medische gegevens geen aanleiding gaven tot twijfel over de vastgestelde belastbaarheid.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn belastbaarheid was overschat vanwege slecht te reguleren diabetes en frequente, onvoorspelbare hypo’s. Hij overlegde medische verklaringen en een neuropsychologisch onderzoek. De Raad betrok ook een reactie van het UWV en rapportages van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen. De Raad concludeerde dat de medische gegevens onvoldoende steun boden voor de stelling van appellant en dat de arbeidskundige onderbouwing van de geschiktheid van de functies voldoende was.
De Raad oordeelde dat de belastbaarheid op de datum in geschil niet onjuist was vastgesteld en dat het hoger beroep geen doel trof. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd, waarmee het beroep van appellant werd afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de WIA-uitkering per 1 maart 2006 bevestigd.