ECLI:NL:CRVB:2009:BI7743
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- T. Hoogenboom
- H.C. Cusell
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om hem geen WIA-uitkering toe te kennen, omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn na afloop van de wachttijd. De rechtbank had reeds geoordeeld dat de medische beoordeling van het UWV juist was en dat de beperkingen van appellant niet waren onderschat.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn stellingen over psychische klachten die hem zouden beletten loonvormende arbeid te verrichten en verzocht om benoeming van een medisch deskundige. De Raad concludeert dat appellant geen nieuwe, objectieve medische gegevens heeft ingebracht die twijfel kunnen zaaien over de vastgestelde beperkingen. De brief van een medisch adviseur biedt geen aanknopingspunten voor een overschatting van de belastbaarheid.
De Raad onderschrijft de rechtbank in het oordeel dat de functies die appellant kan vervullen medisch geschikt zijn en ziet geen aanleiding tot nader onderzoek. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er is geen grond voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is.