ECLI:NL:CRVB:2009:BI7935
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet-verlenging tijdelijke aanstelling ambtenaar wegens strijd met artikel 7:12 Awb
Appellante was van 1 februari 2004 tot 1 februari 2006 tijdelijk in dienst als algemeen medewerker burgerzaken. Op 19 januari 2006 werd haar meegedeeld dat haar aanstelling per 1 februari 2006 niet zou worden verlengd. Het dagelijks bestuur wees als reden ongeoorloofde afwezigheid op 9 januari 2006 aan, wat de Raad niet kan bevestigen.
Uit een functioneringsgesprek op 8 december 2005 bleek dat appellante haar werk accuraat en vriendelijk uitvoerde, met verbeteringen in omgang en initiatief. Haar schulden en het niet communiceren daarover waren bekend en niet de reden voor niet-verlenging. De Raad oordeelt dat de feiten onvoldoende zijn om af te zien van verlenging van zes maanden.
De stelling van appellante dat haar projectleider in 2004 een vaste aanstelling had toegezegd, wordt verworpen. De Raad vernietigt het bestreden besluit wegens strijd met artikel 7:12 Awb Pro en beveelt het dagelijks bestuur een nieuw besluit te nemen. Tevens veroordeelt de Raad het dagelijks bestuur in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit tot niet-verlenging van de tijdelijke aanstelling wordt vernietigd en het dagelijks bestuur moet een nieuw besluit nemen.