ECLI:NL:CRVB:2009:BI7940
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Beëindiging van de Ziektewet-uitkering na medische beoordeling van geschiktheid voor arbeid
In deze zaak heeft de Centrale Raad van Beroep op 3 juni 2009 uitspraak gedaan in het hoger beroep van appellant, die zijn Ziektewet (ZW)-uitkering betwistte. Appellant, die laatstelijk werkzaam was als administratief logistiek medewerker, had zich op 28 oktober 2005 ziek gemeld vanwege gewrichtsklachten. Na een medische beoordeling door verzekeringsarts S.C. Kromokarijo op 25 april 2006, werd appellant per 26 april 2006 hersteld verklaard. Het Uwv heeft vervolgens op 2 mei 2006 besloten dat appellant niet langer ongeschikt was voor zijn arbeid, wat leidde tot de beëindiging van zijn ZW-uitkering.
Appellant heeft bezwaar aangetekend tegen dit besluit, maar het Uwv verklaarde dit bezwaar ongegrond op 19 juni 2007. De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen dit besluit ook ongegrond verklaard. In hoger beroep heeft de Raad de medische beoordelingen van de (bezwaar)verzekeringsartsen beoordeeld en geconcludeerd dat deze zorgvuldig zijn uitgevoerd. De Raad oordeelde dat de artsen een juist beeld hadden van de aard en zwaarte van het werk van appellant en dat er geen objectieve medische gronden waren die de ongeschiktheid voor arbeid konden onderbouwen.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraken en oordeelde dat het hoger beroep van appellant niet slaagde. De Raad achtte geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door M.C.M. van Laar, in tegenwoordigheid van griffier E.M. de Bree, en werd openbaar uitgesproken op 3 juni 2009.