ECLI:NL:CRVB:2009:BI7950
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945
Appellant, geboren in 1935 in voormalig Nederlands-Indië, diende in juni 2007 een aanvraag in voor een periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945. Hij verwees daarbij naar diverse oorlogservaringen, waaronder het neerstorten van een vliegtuig nabij zijn ouderlijk huis, zijn vlucht naar kamp Tjideng tijdens de Bersiap-periode en de moord op zijn vader door Indonesische vrijheidsstrijders.
Verweerster wees de aanvraag af omdat onvoldoende was aangetoond dat appellant was getroffen door oorlogsgeweld zoals bedoeld in de Wet. Het vliegtuigongeluk vond plaats vóór de Japanse bezetting en dus vóór een feitelijke oorlogssituatie. De vlucht naar kamp Tjideng werd niet als levensbedreigend aangemerkt en de moord op de vader van appellant vond niet in zijn bijzijn plaats, waardoor deze gebeurtenis niet als calamiteit kon worden aangemerkt.
Appellant maakte bezwaar tegen deze afwijzing, met name tegen de kwalificatie van het vliegtuigongeluk en de moord op zijn vader. De Raad oordeelde dat het vliegtuigongeluk niet viel onder met krijgsverrichtingen direct verbonden omstandigheden, omdat geen feitelijke oorlogssituatie bestond en ook geen vergelijkbare omstandigheden zoals militaire oefeningen. Ten aanzien van de moord op de vader stelde de Raad vast dat appellant niet getuige was, waardoor verweersters standpunt juist was.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. De Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te kennen. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 28 mei 2009.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een periodieke uitkering wordt ongegrond verklaard.