ECLI:NL:CRVB:2009:BI7986
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Weigering gelijkstelling appellante met vervolging op grond van Wet uitkeringen vervolgingslachtoffers
Appellante, geboren in 1937 in het voormalige Nederlands-Indië, verzocht op grond van de Wet uitkeringen vervolgingslachtoffers 1940-1945 om een periodieke uitkering vanwege het overlijden van haar vader in een Japans kamp tijdens de Tweede Wereldoorlog. Verweerster wees de aanvraag af omdat appellante geen vervolging in de zin van de Wet had ondergaan en niet voldeed aan de vereisten van nationaliteit en woonplaats.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellante geen vrijheidsberoving had ondergaan zoals vereist en dat zij niet voldeed aan de voorwaarden van artikel 3, eerste lid, van de Wet. De Raad overwoog dat gelijkstelling met de vervolgde alleen mogelijk is indien aan ten minste één van deze voorwaarden wordt voldaan, wat hier niet het geval was.
Daarom berustte de weigering van verweerster om appellante gelijk te stellen op goede gronden. De Raad zag geen reden tot vernietiging van het besluit en wees het beroep af. Tevens werd geen proceskostenvergoeding toegekend op grond van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.