ECLI:NL:CRVB:2009:BI8066
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verdere ziekengelduitkering na zorgvuldige medische beoordeling
Appellante was parttime verkoopster en viel in 2001 uit wegens psychische klachten gerelateerd aan de ziekte van haar dochter, later gevolgd door lichamelijke klachten. Na een WAO-uitkering werd deze in 2003 ingetrokken omdat zij geschikt werd geacht voor passende functies met minder dan 15% arbeidsongeschiktheid.
Na een ziekmelding in 2005 en medische beoordelingen door verzekeringsartsen en specialisten, weigerde het UWV verdere ziekengelduitkering per 8 december 2006. Appellante stelde in hoger beroep dat haar psychische en lichamelijke klachten onvoldoende waren meegewogen en dat zij volledig arbeidsongeschikt bleef.
De Raad oordeelde dat de maatstaf voor ongeschiktheid de functies zijn die in 2002 bij de WAO als geschikt werden aangemerkt. De medische beoordeling was zorgvuldig, met rapportages van verzekeringsartsen, psychiater, psycholoog en fysiotherapeut die geen aanleiding gaven tot twijfel aan de geschiktheid. De Raad zag geen noodzaak voor een onafhankelijke deskundige.
De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en de Raad bevestigde deze uitspraak. Er was geen grond om het bestreden besluit te vernietigen of te wijzigen, en de weigering van verdere ziekengelduitkering bleef gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van verdere ziekengelduitkering aan appellante.