ECLI:NL:CRVB:2009:BI8211
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering zwangerschaps- en bevallingsuitkering na ontslag
Appellante verzocht het UWV om een zwangerschaps- en bevallingsuitkering na beëindiging van haar dienstverband vanwege verhuizing naar Curaçao. Het UWV wees het verzoek af omdat de vermoedelijke bevallingsdatum buiten de wettelijke termijn van 10 weken na het einde van het dienstverband viel. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het UWV terecht geen uitkering toekende gezien het dwingendrechtelijke karakter van de wet.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij telefonisch toezeggingen had gekregen van medewerkers van het UWV dat zij recht had op de uitkering. De Raad overwoog dat dergelijke telefonische gesprekken niet kwalificeren als een rechtsgeldige toezegging namens het bevoegd bestuursorgaan en dat er geen gerechtvaardigde verwachtingen waren gewekt.
De Raad concludeerde dat het beroep op het vertrouwensbeginsel niet slaagt en bevestigde de aangevallen uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de zwangerschaps- en bevallingsuitkering.