ECLI:NL:CRVB:2009:BI8241
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Intrekking van WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid onder de 15% en de zorgvuldigheid van het verzekeringsgeneeskundig onderzoek
In deze zaak gaat het om het hoger beroep van appellant tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht, waarin de intrekking van zijn WAO-uitkering werd bevestigd. De intrekking vond plaats op basis van een vastgestelde arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%, wat appellant betwistte. Hij voerde aan dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek niet zorgvuldig was uitgevoerd en dat zijn beperkingen onvoldoende waren erkend. De Centrale Raad van Beroep heeft de zaak behandeld en het onderzoek ter zitting vond plaats op 13 maart 2009. Appellant werd vertegenwoordigd door zijn advocaat, mr. E.D.B. Groeneweg, terwijl het Uwv werd vertegenwoordigd door M. Florijn.
De Raad oordeelde dat er geen reden was om te twijfelen aan de zorgvuldigheid van het verzekeringsgeneeskundig onderzoek. De Raad concludeerde dat de medische beperkingen die uit het onderzoek naar voren kwamen, juist en volledig waren. Appellant had geen voldoende onderbouwing voor zijn stelling dat hij meer beperkingen had dan vastgesteld. De Raad vond ook geen aanleiding voor een psychiatrisch onderzoek, ondanks de zorgen van de huisarts over mogelijke psychische problematiek. De Raad bevestigde dat de geduide functies de belastbaarheid van appellant niet overschreden en dat er geen termen aanwezig waren voor een proceskostenveroordeling.
Uiteindelijk bevestigde de Centrale Raad van Beroep de aangevallen uitspraak van de rechtbank, waarmee de intrekking van de WAO-uitkering werd gehandhaafd. De uitspraak werd gedaan door G.J.H. Doornewaard, in tegenwoordigheid van griffier A.C.A. Wit, op 5 juni 2009.