ECLI:NL:CRVB:2009:BI8268
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verdere Ziektewet-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant, laatst werkzaam als medewerker spoelkeuken, meldde zich op 30 december 2005 ziek vanwege rug- en knieklachten, waarna ook psychische klachten ontstonden. Na meerdere onderzoeken door verzekeringsartsen werd appellant per 12 april 2007 hersteld verklaard voor zijn eigen werk.
De uitkering op grond van de Ziektewet werd geweigerd bij besluit van 5 april 2007 en het bezwaar hiertegen werd ongegrond verklaard. De rechtbank bevestigde dit besluit en hechtte waarde aan de rapportages van de verzekeringsartsen.
De Raad overweegt dat op grond van artikel 19 ZW Pro ongeschiktheid medisch objectief moet worden vastgesteld en dat de verzekeringsartsen een zorgvuldig onderzoek hebben verricht, waarbij ook informatie van diverse medische specialisten is betrokken. Uit het onderzoek bleek dat appellant op de datum van het besluit geen ernstige psychische beperkingen meer had. De Raad ziet geen reden om te twijfelen aan de zorgvuldigheid van het onderzoek en bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van een verdere Ziektewet-uitkering per 12 april 2007.