ECLI:NL:CRVB:2009:BI8389
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens onjuiste woonadresopgave
Appellante diende op 12 december 2005 een aanvraag om bijstand in, waarbij zij aangaf te wonen op een adres te Amsterdam. Op 4 januari 2006 legde zij een verklaring af bij de Dienst Werk en Inkomen (DWI) en vond een huisbezoek plaats. Uit de bevindingen van het huisbezoek en haar verklaring concludeerde het College dat zij niet op het opgegeven adres woonde.
Het College wees de aanvraag af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde dit oordeel. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij wel degelijk op het opgegeven adres woonde en dat psychische klachten haar verklaringen konden beïnvloeden.
De Raad oordeelde dat de feitelijke woon- en leefsituatie doorslaggevend is en dat het College voldoende aannemelijk had gemaakt dat appellante haar hoofdverblijf op een ander adres had dan opgegeven. De Raad vond geen bewijs voor zodanige psychische klachten die haar verklaringen zouden kunnen ontkrachten. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag werd afgewezen omdat appellante niet woonachtig was op het opgegeven adres.