ECLI:NL:CRVB:2009:BI8396
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet-ontvankelijkheidsverklaring bezwaren wegens termijnoverschrijding in WWB-zaak
Appellante maakte bezwaar tegen besluiten van het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Midden-Drenthe uit april en mei 2007. Het College verklaarde deze bezwaren niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaarperiode. De rechtbank Assen bevestigde dit oordeel. In hoger beroep stelde appellante dat zij de besluiten pas op 7 augustus 2007 had ontvangen, waardoor haar bezwaren van 31 augustus 2007 tijdig waren ingediend.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het College onvoldoende bewijs had geleverd dat de besluiten daadwerkelijk op de aangegeven data waren verzonden, aangezien alleen een datumstempel was gebruikt. Volgens vaste rechtspraak komt het risico van het niet kunnen aantonen van verzending voor rekening van het bestuursorgaan. De Raad vond de ontkenning van appellante niet ongeloofwaardig en stelde vast dat de termijn pas op 8 augustus 2007 was aangevangen.
Daarom verklaarde de Raad het beroep gegrond, vernietigde het besluit van 10 december 2007 voor zover de bezwaren niet-ontvankelijk waren verklaard en bepaalde dat het College een nieuw inhoudelijk besluit op bezwaar moet nemen. Tevens werd het College veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het College dient een nieuw besluit op bezwaar te nemen omdat de bezwaren tijdig zijn ingediend.