ECLI:NL:CRVB:2009:BI8407
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit UWV dat appellant per 10 april 2007 arbeidsgeschikt is en geen recht meer heeft op ziekengeld
Appellante heeft zich op 1 maart 2006 ziek gemeld wegens rechterschouderklachten voor haar werk als schoonmaakster. Na meerdere medische onderzoeken, waaronder door verzekeringsartsen en een neuroloog, is vastgesteld dat er geen neurologische afwijkingen zijn en dat de klachten zijn afgenomen. Op 3 april 2007 werd appellant hersteld verklaard en kreeg zij bericht dat zij per 10 april 2007 geen recht meer had op ziekengeld.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, maar na heroverweging en aanvullend medisch onderzoek, waaronder rapportages van een revalidatiearts, werd het bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank bevestigde dit oordeel, waarbij zij vooral waarde hechtte aan de bevindingen van de bezwaarverzekeringsartsen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV op goede gronden heeft geconcludeerd dat appellant per 10 april 2007 in staat is haar arbeid te verrichten. De medische rapportages tonen aan dat de klachten zijn verminderd en geen belemmering meer vormen voor het werk. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV dat appellant per 10 april 2007 arbeidsgeschikt is en geen recht meer heeft op ziekengeld wordt bevestigd.