ECLI:NL:CRVB:2009:BI8408
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging recht op ziekengeld wegens arbeidsgeschiktheid na WAO-beoordeling
Appellant ontving een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25% en meldde zich op 24 oktober 2006 ziek met psychische en lichamelijke klachten. Na onderzoek door verzekeringsarts Pols op 2 februari 2007 bleek geen toename van beperkingen ten opzichte van de eerdere WAO-beoordeling. Op 9 februari 2007 werd appellant hersteld verklaard voor de geselecteerde functies en het UWV beëindigde het recht op ziekengeld.
Appellant maakte bezwaar, dat na heroverweging door een bezwaarverzekeringsarts ongegrond werd verklaard. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit eveneens ongegrond, waarbij de bevindingen van de bezwaarverzekeringsartsen zwaar wogen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant geschikt is voor ten minste één van de functies die bij de WAO-beoordeling zijn geselecteerd en dat het UWV op goede gronden het recht op ziekengeld heeft beëindigd. Medische verklaringen tonen geen toename van beperkingen, en het beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het recht op ziekengeld per 9 februari 2007 beëindigd.