ECLI:NL:CRVB:2009:BI8573
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks bezwaar appellant
Appellante maakte bezwaar tegen de herziening van haar WAO-uitkering door het UWV, waarbij haar arbeidsongeschiktheid werd verlaagd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna zij hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
In hoger beroep stelde appellante dat zij zwaarder beperkt is dan in de Functionele MogelijkhedenLijst (FML) wordt aangegeven en dat de belastbaarheid van de geduide functies wordt overschreden. Tevens voerde zij aan dat het UWV ten onrechte geen urenbeperking heeft toegepast en dat er ongelijkheid ontstaat door aanpassingen in het Schattingsbesluit 2004.
De Raad oordeelde dat de beschikbare medische gegevens voldoende steun bieden voor het oordeel dat appellante in staat is de voorgestelde functies te vervullen. De aangevoerde bezwaren waren onvoldoende onderbouwd om tot een ander oordeel of nader medisch onderzoek te komen. Daarnaast verwees de Raad naar een eerdere uitspraak met betrekking tot de beroepsgrond over het Schattingsbesluit.
De Raad verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de eerdere uitspraak, zonder toekenning van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verlaging van de WAO-uitkering en verklaart het hoger beroep ongegrond.